Burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat (2) (oefentoets)

Een oefentoets van 10 vragen over burgerschap en politiek (staatsvormen) in het klassieke Griekenland, zoals van polis Athene en Sparta. Oefen hier je kennis over de bestuursvormen: aristocratie, democratie, monarchie, oligarchie en tirannie, de omvang van de Griekse volksvertegenwoordiging in de volksvergadering, de visie van vooraanstaande filosofen op het bestuur en het burgerschap in de Griekse stadstaat Athene.

#1. In Athene mochten alle vrije Atheense mannen (direct) stemmen en spreken in de volksvergadering. Hoe noemen we zo'n bestuur?

#2. De volksvergadering kon alleen maar belangrijke besluiten nemen als er voldoende mannen aanwezig waren. Hoeveel mannen moesten er minimaal aanwezig zijn?

#3. Plato schreef: De staat moet bestuurd worden door de meest bekwame mensen. Van welke bestuursvorm was Plato een voorstander?

#4. In sommige steden greep een rijk en/of machtige legerleider de macht. Hij bestuurde dan in zijn eentje de stad en iedereen moest doen wat hij besliste. Hoe noemen we zo'n bestuur?

#5. Welk woord is NIET afgeleid van het Griekse woord 'polis'?

#6. In veel steden in Griekenland bestuurde een groepje rijke mannen het land. Hoe noemen we het bestuur van een klein groepje rijke mannen?

#7. Hoe noemen we het schervengericht van de Atheense democratie, waarmee machtige bestuurders konden worden verbannen, ook wel? ? Het goede antwoord begint met een 'O'.

#8. Welke staatsvorm hadden de meeste Griekse stadstaten?

#9. Eerst hadden de Griekse steden een koning. Hoe noemen we het bestuur met een koning?

#10. Wie behoorden tot de burgers van Athene?

Inleveren