Kenmerkend aspect 29 (7) (examen) (H/V)

Kenmerkend aspect 29: De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap bij tijdvak 7: Pruiken en Revoluties.

Een revolutie is een ingrijpende verandering in een samenleving, die in korte tijd plaatsvindt en die (vaak) met geweld gepaard gaat. Een bevolkingsgroep neemt daarbij de macht over van een andere groep. De nieuwe regering neemt daarna maatregelen om de samenleving ingrijpend te hervormen.

Het begrip ‘democratische revolutie’ is een verzamelnaam voor omwentelingen in het bestuur van een land waarbij het volk meer macht krijgt ten koste van de vorst. Het volk (aanvankelijk niet noodzakelijk alle mensen in een land) krijgt grondrechten die worden vastgelegd in een geschreven grondwet, een constitutie. Een democratische revolutie legt het fundament voor een democratische samenleving.

Het gaat bij democratische revoluties dus om meer dan alleen vrijheid. De Nederlandse Opstand tegen het Spaanse gezag had bijvoorbeeld wel de vrijheid hoog in het vaandel staan (“strijden tegen tirannie en onderdrukking”) maar de bestaande bestuursinstellingen werden niet ontmanteld, hooguit aangepast aan de belangen van de nieuwe machthebbers, de regentenoligarchie.

Aan het einde van de 18e eeuw vonden de eerste twee democratische revoluties plaats: in de Engelse kolonies in Noord-Amerika en in Frankrijk. In de 19e eeuw was 1848 in vele Europese landen een revolutiejaar.

Amerikaanse Revolutie

De opstand van de dertien Noord-Amerikaanse koloniën tegen moederland Engeland (1775 – 1783) begon niet als een democratische revolutie. Maar al snel veranderde dit. In de onafhankelijkheidsverklaring van 1776 werd de afscheiding van moederland Engeland gerechtvaardigd met een beroep op universele mensenrechten. ‘Universeel’ omdat het mensenrechten betreft die de ondertekenaars van de verklaring als vanzelfsprekend beschouwen: dat alle mensen gelijk geschapen zijn, dat ze door hun schepper zijn uitgerust met bepaalde rechten en dat onder die rechten valt: het recht op leven, op vrijheid en op het nastreven van geluk. In deze verklaring is de invloed van de Verlichting terug te vinden (de opvatting dat alle mensen natuurlijke rechten bezitten die hen niet kunnen worden afgenomen).

Na het winnen van de vrijheidsoorlog gingen de voormalige dertien koloniën korte tijd door als een unie van min of meer onafhankelijke staten. Er was nog geen president die als staatshoofd optrad. Een samenwerkingsverband waarin de (deel)staten grotendeels zelfstandig blijven noemen we een statenbond of federatie.

De Verenigde Staten zoals we die nu kennen ontstond in 1787. In dat jaar kreeg de VS – als eerste staat in de geschiedenis – een geschreven grondwet. De deelstaten behielden hun zelfstandigheid voor een groot deel, maar er kwam nu wel een sterk bestuur voor de deelstaten gezamenlijk: het federale bestuur. Ook kreeg de federatie een staatshoofd.

De grondwet maakte de VS tot de eerste moderne democratie in de westerse geschiedenis:

  • de VS werd een indirecte democratie: burgers – vooralsnog blanke vermogende mannen – kozen via censuskiesrecht hun vertegenwoordigers in het parlement van de gehele VS. Met parlement werd vanaf nu de volksvertegenwoordiging bedoeld.
  • de VS werd een republiek: een staatsvorm waarin het bestuur een gemeenschappelijke zaak is van alle burgers. In de VS betekende dit dat de belangrijkste bestuurders zoals de president gekozen werden door de burgers.
  • Montesquieu’s leer van de scheiding der machten (Trias Politica) werd toegepast: het parlement (Congres) werd de wetgevende macht, de president werd de uitvoerende macht, en de rechtsprekende macht kwam in handen van het hooggerechtshof.
  • om te voorkomen dat het federale bestuur te machtig zou worden ontwierpen de opstellers van de grondwet een vernuftig systeem waarin de drie hierboven genoemde machten elkaar in evenwicht houden en elkaar controleren (‘checks and balances’).
  • de eerste grondrechten van de Amerikaanse burgers werden in een ‘Bill of Rights’ aan de grondwet toegevoegd. Het eerste grondrecht (‘eerste amendement’) gaat over de vrijheid van meningsuiting en religie.

  • Franse Revolutie

    De Franse Revolutie wordt wel gezien als de belangrijkste democratische revolutie. Zij was in de uitwerking van de idealen van gelijkheid, vrijheid en broederschap radicaler (ging veel verder) dan de Amerikaanse revolutie. De Franse Revolutie had ook een veel grotere impact omdat de Franse revolutionaire legers de revolutie zouden “exporteerden” naar andere delen van Europa. Tenslotte staat de Franse Revolutie aan de wieg van het ontstaan van politieke stromingen in de 19e eeuw.

    De Franse Revolutie begon in 1789 met een snelle en ingrijpende omwenteling van de machtsverhoudingen in Frankrijk. De revolutionaire ontwikkelingen stopten daar echter niet. Uiteindelijk duurde de revolutie tien jaar, om in 1799 te eindigen toen Napoleon een succesvolle staatsgreep pleegde.

    Dieper liggende oorzaken van de Franse Revolutie

    Kort samengevat gaat het om falend bestuur van de absoluut vorst en zeer ongelijke sociale verhoudingen (de standensamenleving):

  • de staatsschuld van Frankrijk steeg meer en meer door de vele oorlogen en door de dure hofhouding van de koning. De oplossing lag in het verhogen van de belastingen. Adel en geestelijkheid waren in Frankrijk echter grotendeels vrijgesteld van het betalen van belastingen. Dit leidde tot toenemende belastingdruk bij de derde stand, die de meeste belastingen moest opbrengen. Daar stond echter geen politieke inspraak tegenover. Al vanaf 1615 riepen de Franse koningen de Staten-Generaal niet meer bijeen.
  • de derde stand in Frankrijk bestond al lang niet meer alleen uit boeren. Vanaf de heropleving van de steden na het jaar 1000 n. Chr. (tijdvak van steden en staten) was er naast de boeren een klasse van stedelingen ontstaan: ongeschoolde arbeiders, ambachtslieden, kooplieden en academisch geschoolden. Elke groep binnen de derde stand had specifieke klachten:

  • * boeren klaagden over de ‘tienden’ (een tiende deel van de oogst) die ze als belasting aan de kerk moesten betalen. Ook klaagden ze over de heerlijke (feodale) rechten die de adel al eeuwen bezat. Zo was bijvoorbeeld het jachtrecht van de adel zeer gehaat omdat dit leidde tot het vertrappen van de oogst op de akkers
    * het ‘gewone volk’ in de steden klaagde over de hoge prijzen van eerste levensbehoeften zoals brood, dit als gevolg van de accijnzen
    * de hogere burgerij klaagden erover dat veel openbare ambten alleen toegankelijk waren voor leden van de eerste en de tweede stand. Dit werd oneerlijk gevonden want de adel kocht deze ambten vaak in plaats dat ze diploma’s moesten overleggen.

    Aanleiding van de Franse Revolutie

    In 1788 zag koning Lodewijk XVI zich geconfronteerd met een vrijwel lege schatkist. Om nieuwe belastingen op te leggen (ook aan adel en geestelijkheid) was Lodewijk gedwongen om de Staten-Generaal bijeen te roepen in het paleis van Versailles. Dat gebeurde in mei 1789.

    Begin van de Franse revolutie

    De afgevaardigden van de derde stand in Versailles waren getalsmatig in de meerderheid. Toch trokken ze bij stemmingen aan het kortste eind. Dit kwam omdat er per stand gestemd werd, waardoor de adel en geestelijkheid de meerderheid behielden. Uit protest hiertegen gingen de afgevaardigden van de derde stand over tot een revolutionaire daad. Zij trokken zich terug in de koninklijke tennisbaan van Versailles en riepen zich uit tot Nationale Vergadering van alle Fransen. Zij zwoeren een eed om niet uit elkaar te gaan voordat ze een grondwet hadden opgesteld.

    De revolutionaire ontwikkelingen volgden elkaar nu snel op. Op 14 juli 1789 bestormde het hongerige volk van Parijs de staatsgevangenis, de Bastille. Deze datum wordt sindsdien als het symbolische beginpunt van de Franse revolutie beschouwd. In de nacht van 4 op 5 augustus kwamen de boeren in opstand en schaften zij de heerlijke rechten van de adel af (“nuit des sacrifices”). De Nationale Vergadering volgde met het uitvaardigen van een aantal maatregelen waarin zij de verlichtingsideeën in praktijk brachten:

    VerlichtingsideeMaatregelen Nationale Vergadering
    Alle mensen hebben van nature dezelfde rechten (Locke, Rousseau)Afschaffing standensamenleving:

  • alle Fransen zijn gelijk voor de wet: opgenomen in de Verklaring Rechten van de Mens en de Burger (26 aug 1789)

  • in plaats van lid van een stand zijn Fransen nu staatsburger
  • De koning staat niet boven de wet, hij regeert alleen met toestemming van het volk
  • Macht koning beperkt door een grondwet (aangenomen in 1791). Frankrijk werd een constitutionele monarchie

  • In de grondwet staan de grondrechten die de burgers beschermen tegen de overheid
  • Volkssoevereiniteit (Locke, Rousseau)In 1789 - 1791 kwam er nog geen algemeen kiesrecht maar censuskiesrecht
    Trias Politica (Montesquieu)De koning behield alleen nog de uitvoerende macht. De Nationale Vergadering kreeg de wetgevende macht

    Radicalisering van de Franse Revolutie

    De Franse adel vluchtte naar Pruisen & Oostenrijk. Van daaruit maakten deze ‘emigrés’ plannen voor het ongedaan maken van de revolutie, een contrarevolutie. Absoluut vorsten in de buurlanden van Frankrijk hadden daar wel oren naar want zij vreesden voor revolutie in eigen land. Frankrijk besloot nu om haar vijanden een stap voor te zijn. In 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Oostenrijk. Dit was het begin van een serie van oorlogen in Europa. De oorlog verliep aanvankelijk slecht voor Frankrijk. Dit radicaliseerde de Fransen. De koning was het eerste slachtoffer. Hij werd afgezet en Frankrijk werd nu een republiek. In 1793 werd ‘burger Capet’, de nieuwe naam van de voormalige koning, geëxecuteerd onder de guillotine.

    Hierna ontspoorde de revolutie. Radicale revolutionairen meenden overal, zelfs in hun revolutionaire broeders, vijanden van de revolutie te herkennen. Een kleine club van radicalen trok de macht naar zich toe. Dit luidde de periode in van “de Terreur” (1793 -1794): een schrikbewind dat zo’n 35.000 Fransen naar de guillotine stuurde. De revolutie “leek haar eigen kinderen op te eten”.

    Sommigen zagen hierin een bevestiging dat de invloedrijke Britse parlementariër Edmund Burke gelijk had toen hij al in 1790 de revolutie afwees. Burke bekritiseerde de revolutie met het argument dat zij precies het omgekeerde bewerkstelligde van wat zij beoogde. In plaats van vrijheid leidde zij tot terreur.

    Afloop van de Franse Revolutie

    Na de periode van Terreur volgde weer een meer gematigde fase. Maar pas met de staatsgreep van Napoleon kwam er een einde aan de revolutionaire chaos. Napoleon regeerde als een verlicht despoot. In de periode 1797-1812 veroverde hij een groot deel van Europa. Hij werd tenslotte definitief verslagen door een coalitie van Europese landen (slag bij Waterloo, 1815). Toch zouden veel maatregelen van hem blijven bestaan. Napoleon ‘exporteerde’ namelijk een aantal verworvenheden van de Franse Revolutie (gebaseerd op verlichtingsideeën) naar de door hem veroverde Europese landen:

  • afschaffing van de standen.
  • alle burgers zijn gelijk voor de wet.
  • eenheid in de rechtspraak, opgetekend in landelijke wetboeken (Code Napoléon).
  • standaardisatie maten en gewichten (metrieke stelsel).
  • invoering van een burgerlijke stand. Burgers werden verplicht om geboorte, huwelijk en overlijden bij de gemeente te melden; ook werd een familienaam verplicht gesteld.
  • invoering nationale dienstplicht (conscriptie).

  • Bataafse Revolutie

    De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588 – 1795) was geen democratie. Het was een oligarchie: een kleine groep van rijke koopmansfamilies schoven elkaar de bestuursfuncties toe. De stadhouder op zijn beurt gedroeg zich in de tweede helft van de 18e eeuw steeds meer als een vorst.

    Kritiek op deze situatie ontstond in de 2de helft van de 18e eeuw, toen de democratische denkbeelden van de verlichting doordrongen in de Republiek. De aanhangers van de verlichting in de Republiek noemden zichzelf patriotten. De patriotten wilden dat de bestuurders werden gekozen. Na een mislukte poging om de macht over te nemen, weken de patriotten tijdelijk uit naar Frankrijk. Ze keerden terug toen een Frans revolutionair leger de Republiek binnenviel in 1795. De patriotten namen de macht over en vestigden in Nederland de Bataafse Republiek.

    Naar Frans voorbeeld maakten de patriotten voor Nederland een mensenrechtenverklaring. Een gekozen parlement (Nationale Vergadering) moest de grondrechten uit de verklaring in een grondwet vastleggen. In 1798 was de eerste Nederlandse grondwet, de “Staatsregeling”, gereed. Deze maakte van Nederland (althans op papier) een rechtsstaat en een eenheidsstaat (een staat met een sterk centraal gezag). De eerste Nederlandse grondwet heeft slechts een kort leven geleid. Door de politieke verdeeldheid onder de patriotten werd de invloed van Frankrijk op het bestuur steeds groter. Napoleon benoemde vervolgens eerst zijn broer tot koning van Holland, maar uiteindelijk maakte hij Nederland tot een provincie van Frankrijk.

    Restauratie

    Na de definitieve nederlaag van Napoleon herstelden de overwinnaars op het Congres van Wenen (1814-1815) de oude vorstenhuizen weer in hun macht. Deze restauratie van de absolute vorsten was slechts ten dele een terugkeer naar de situatie ten tijde van het ancien régime. De Franse Revolutie bleef doorwerken doordat de macht van de vorsten nu in een grondwet werd vastgelegd. Ook moesten de vorsten nu een volksvertegenwoordiging naast zich dulden. Deze was echter niet erg machtig en bovendien weinig representatief (vertegenwoordigde slechts een klein deel van de bevolking).

    The following two tabs change content below.
    Mike Hoffmann
    Ik ben docent geschiedenis op het 's Gravendreef College en ik woon in Schiedam. Ik hou erg van lezen, het spelen van computergames, het maken van websites en het kijken van voetbal. In mijn vrije tijd zit ik dan ook veel met mijn neus in de boeken of ben ik bezig op de computer.