Kenmerkend aspect 38 (9) (examen) (H/V)

Kenmerkend aspect 38: De crisis van het wereldkapitalisme bij tijdvak 9: Wereldoorlogen.

Door de industrialisatie van de 19e eeuw was er een industrieel kapitalisme ontstaan. De industrie richtte zich op een steeds groeiende massaproductie en was daarin lange tijd zeer succesvol en winstgevend. ‘The sky was the limit’ in de ‘Roaring Twenties’ (roerige twintiger jaren), zoals de jaren ’20 in de Verenigde Staten genoemd worden. Op 24 oktober 1929, ‘Zwarte Donderdag’, kwam hieraan echter abrupt een einde en brak op de effectenbeurs van New York paniek uit. De fors gestegen aandelenkoersen daalden ineens pijlsnel en zouden tot 1932 blijven dalen. Het spaargeld van miljoenen Amerikanen verdampte. Daarmee begon tevens een wereldcrisis, die vele jaren zou duren. De crisis bracht overal verarming, werkloosheid en wanhoop. De crisis kwam des te harder aan omdat er totaal geen rekening mee gehouden was. Tientallen jaren was er al geen crisis meer was geweest, onder andere door de technologische veranderingen.

Als gevolg van de crisis kon de agrarische- en industriële sector wereldwijd hun producten niet meer kwijt. De financiering van transacties in deze sectoren kwam op hun gat te liggen waardoor de ene na de andere fabriek moest worden gesloten. Miljoenen wanhopige werklozen hadden nauwelijks nog geld om van te leven. Niet alleen in de Verenigde Staten, maar in de hele wereld ging het economische bijzonder slecht. De liberale economische politiek had gefaald. Het wereldkapitalisme leek voor even ten dode opgeschreven. Een echte aanzet tot herstel kwam pas toen de nieuwe Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt in 1933 zijn nieuwe plan begon uit te voeren: The New Deal. Het kwam erop neer dat de overheid middels dit plan op grote schaal ingrepen zou gaan doen in de economie. Er kwamen onder andere sociale uitkeringen. Toch bleef de crisis nog enige tijd bestaan. Een van de weinige landen in deze jaren zonder werkloosheid was de Sovjet-Unie, wat niet kapitalistisch maar een geleide economie had. Dit zorgde ervoor dat veel mensen in bijvoorbeeld Duitsland begonnen te twijfelen aan het nut van het kapitalisme.

Er werd van Duitsland namelijk verwacht dat zij haar schulden bij de Verenigde Staten zou gaan – en de herstelbetalingen aan o.a. Frankrijk zou blijven – afbetalen. Vóór de crisis was Duitsland nog geholpen door kredietverlening door de Verenigde Staten, maar stond er nu dus plots alleen voor. Om de betalingen toch te kunnen (blijven) doen werd op grote schaal geld bijgedrukt, wat echter leidde tot een ernstige vorm van hyperinflatie: het in rap tempo minder waard worden van het Duitse geld. Duitsland, dat door het Verdrag van Versailles nog erg fragiel en zwak was op economisch en financieel gebied, werd daardoor door de crisis het hardst getroffen. De werkloosheid kwam door de crisis en hyperinflatie op den duur zo hoog te staan dat in Duitsland één op de drie mensen van de arbeidsbevolking werkloos was.

Dit bleek een gunstige voedingsbodem voor totalitaire ideologieën, zoals die van de communisten en de nationaalsocialisten. Uiteindelijk wisten de nationaalsocialisten aan de macht te komen. Zij beloofde een einde te zullen maken aan de ellende die veroorzaakt was door het kapitalisme. Omdat Hitler ook beloofde te zullen zorgen voor banen, zwichtte veel Duitsers voor de lokroep van de extremistische nazipartij. Primair had dit te maken met de uitzichtloze situatie waarin veel Duitsers zich bevonden, en dus niet, zoals vaak gedacht wordt, met het antisemitische karakter van de nazi’s.

The following two tabs change content below.
Mike Hoffmann
Ik ben docent geschiedenis op het 's Gravendreef College en ik woon in Schiedam. Ik hou erg van lezen, het spelen van computergames, het maken van websites en het kijken van voetbal. In mijn vrije tijd zit ik dan ook veel met mijn neus in de boeken of ben ik bezig op de computer.