Kenmerkend aspect 47 (10) (examen) (H/V)

Kenmerkend aspect 47: De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen bij tijdvak 10: Televisie en Computer.

Rond 1948 begon in de westerse wereld een lange periode van ongekende economische groei, die tot 1973 zou duren. Door de welvaart in deze ‘gouden jaren’ veranderde het dagelijks leven in Europa grondig en voorgoed, ook in Nederland. De regering gaf ruim baan aan de industrie en begon met de opbouw van de sociale zekerheid. Al in 1947 regelde Drees dat iedere 65-plusser een uitkering kreeg; later werd dat de AOW. In 1970 was het autobezit algemeen en stond er in bijna elke Nederlandse huiskamer een tv-toestel. De Nederlanders veranderen van een zuinig, sober volk in een natie van gretige consumenten.

In 1973 kwam abrupt een eind aan deze gouden jaren. Voor het eerst sinds de crisisjaren ontstond massawerkloosheid. Vooral in de industrie, werd veel geautomatiseerd, waardoor veel werkloosheid ontstond. Toch begon de welvaart na 1985 weer te stijgen. Vooral toen na 1995 de informatiemaatschappij (postindustriële samenleving -> samenleving waarin mensen in werk en vrije tijd veel gebruikmaken van informatie- en communicatietechnologie, zoals computers en mobiele telefoons) tot volle ontplooiing kwam.

De toenemende welvaart en bestaanszekerheid gaven een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. Dat leidde tot grote sociaal-culturele veranderingen (veranderingen in de relaties tussen groepen in de samenleving, zoals mannen en vrouwen). Voorheen werkten mannen, vrouwen zorgden, kinderen gehoorzaamden hun ouders zonder vragen, over seks werd niet gesproken en de meeste Nederlanders gingen naar de kerk. Vanaf 1960 veranderde dat helemaal. De secularisatie (ontkerkelijking) nam toe, en onder invloed hiervan werden veel traditionele normen en waarden verlaten. Ook kwam er jeugdculturen op die het gezag van de ouders en de overheid begonnen te ondermijnen, zoals de nozems, hippies, provo’s en punkers deden.

Het gezin bleef de meest voorkomende samenlevingsvorm, maar binnen het gezin veranderde veel. Thuiszitten wilde veel vrouwen niet meer, zij wilden een carrière kunnen maken en daarmee hetzelfde verdienen als de man. Dat was een van de oorzaken van de ‘tweede feministische golf’. De vrouwenemancipatie was onderdeel van een bredere ontwikkeling: de individualisering. Het individu met zijn behoeften stond centraal.